Geschiedenis

De geschiedenis van de Karel Doormangroep

Een jongensdroom werd werkelijkheid.

Charles van der Straten, al jaren padvinder in hart en nieren, wilde een eigen groep oprichten. Al vanaf zijn 7e jaar was hij lid van de padvinderij.  Hij begon als welp bij een groep in Utrecht. Na een verhuizing naar Amersfoort was er even een tijdje niets, maar na een ontmoeting in de bokkeduinen met een kamperende padvindersgroep wist hij het zeker, hij wilde een eigen groep. Toen Charles 17 jaar was, had hij iemand gevonden die hem wilde helpen, een eigen groep op te richten, omdat hij op deze leeftijd nog geen verantwoording mocht dragen. Dit was dhr. Van der Hoek.Geschiedenis1

De eerste jaren van het bestaan van ‘zijn’ groep waren we nog landverkenners en heette de groep: “Bokkeduinengroep”. We zijn begonnen op een zolder in het Soesterkwartier in mei 1946 en later verhuisd naar een loods bij het spoor bij de bokkeduinen. Omdat Charles eigenlijk ooit naar zee had gewild, heeft hij er na 2 jaar een zeeverkennergroep van gemaakt. En veranderde de naam in Karel Doormangroep. In dit jaar werd er ook begonnen met welpen, welke helaas niet zoveel jaren stand hielden.

5 jaar na oprichting in 1951 verhuisde de groep naar een loods bij jachthaven Elzenaar aan de Eem in Amersfoort en zaten de zeeverkenners eindelijk aan het water. Als de schipper in zijn vrije tijd een stuk walkant vernieuwd had, bij de jachthaven, dan mochten de zeeverkenners een uurtje roeien in een bootje van de jachthaven.

In 1953 stond er weer een verhuizing op stapel. We kwamen in een loods van jachthaven “de Stuw”, waar we nu nog steeds naast zitten. Er werd gevaren met grote oude houten sloepen. We zaten naast een leuk stukje grond aan het zwaaigat en daar had de schipper zijn zinnen op gezet.

Na enig overleg met de gemeente Amersfoort konden we hier wat grond huren. Er moest eigenlijk ook een eigen clubhuis komen en daarom werd er contact gezocht met MTS-bouwkunde in Amersfoort. Die school zag er wel wat in en in 1960 werd er een prachtig houten gebouw neergezet. Ook de eerste lelievlet kwam dat jaar, nummer 116, met de naam “schipper van der Straten” voor de zeehondenbak. Na 2 jaar kwam de volgende lelievlet en haar naam werd “Karel Doorman”nummer 268, voor de Jan van Genten bak. De groep groeide aardig, want er was wel behoefte aan zeeverkenners in Amersfoort. De zeeverkenners konden naar hartelust roeien, zeilen en wrikken op de Eem. Het volgende jaar kwam de zeemeeuwen vlet, de “M 3 P.L. Oud” nummer 386. Dit was de naam van de jongste matroos aan boord van het schip “de Ruyter” van commandant Karel Doorman in de slag om de Java zee, matroos 3e klas P.L. Oud.

Omdat de groep groeiende was, kwamen er ook ouders verkenners, “de loodsen”. Met een gift van de heer Oldemans is er in 1964 een vlet voor hun gemaakt, zonder nummer, die ook de naam draagt van de schenker. Er werd in 1969 ook een motorboot gekocht mede door een schenking van een ouder, die ook de naamgever werd. Hij bedacht de naam “Kiek-Uut”. De motorboot was een seringenpraam uit de bollenstreek. Er zat een moto in van 6pk die meer koelwater gebruikte dan benzine.Geschiedenis2

Dat jaar kwam er ook een nieuwe (vierde) bak bij, namelijk de otters. Ze kregen een lelievlet met nummer 511, “De Barracuda”. Doordat de groep zo groot werd, ging het bestuur op zoek naar een uitbreiding voor het clubhuis. Die werd gevonden, een goede barak op het vliegkamp Soesterberg werd aangekocht, afgebroken en op ons terrein weer opgebouwd. De botenloods moest wijken voor een gigantisch mooi clubhuis. Door deze uitbreiding konden de welpen weer bij ons komen. Deze namen hun intrek in het oude verkennersclubhuis, en de verkenners betrokken het nieuwe gedeelte. Meer ruimte dus meer leden, de Bevers waren geboren en hun vlet was “de Ruyter” nummer 556.

Het is 1974 en de schipper krijgt ruzie met de loodsen en heft deze op. De toenmalige schipper van de loodsen, Joost van den Berg, gaat naar de Cay Noya groep en begint daar een zeeverkennerstak, dus ineens concurrentie in Amersfoort.

Geschiedenis4Na een paar jaar zijn er weer oude zeeverkenners, maar nu noemen we ze senioren. In 1981 werd hun toenmalige onderkomen, een oude viskraam van 2 bij 4 meter vervangen door een geschonken bouwkeet van 4 bij 8 meter. Dit gebouw was niet alleen maar voor de senioren, het is tevens het magazijn en de leidingkamer voor de welpen leiding.

In 1982 wordt de nog altijd alleen uit jongens bestaande Karel Doormangroep op de gemeentelijke waterleiding aangesloten, we hoeven nu niet meer met jerrycans te sjouwen vanaf de jachthaven naar het troephuis, en bouwen een toilet. Tijdens een ouderavond wordt er gevraagd of er ook ouders zijn waarvan de dochter misschien ook wel op de groep zouden willen, dit bleken er een stuk of 7 te zijn. Het bestuur stak de koppen bij elkaar, en er werd besloten ook een meisjes bak te beginnen.  Een overbodig geworden noodwoning van de gemeente Amersfoort werd aangekocht, en het grote clubhuis werd uitgebreid met 40 m2. De meisjes werden in 1983 uitgenodigd en voor hun kwam toen de nieuwste lelievlet, de 1105, “Beluga”. De Karel Doormangroep bestond toen uit 5 jongensbakken, 1 meisjesbak een seniorenbak en de zeewelpen. Later werd de zeemeeuwenbak veranderd in een meisjesbak. De boot, “de M 3 P.L.  Oud” werd om gedoopt tot “Namaqua”.

Vanaf 1984 tot 1989 gebeurde er niet zo heel veel. Door de stroomstoring op de nieuwjaarsreceptie in 1988 werden er plannen gesmeed om zelf op het elektriciteitsnet aangesloten te worden, dat halverwege het jaar een feit werd. In 1989 blijkt dat het in 1960 gebouwde clubhuis vervangen moet worden. Het bestuur gaat op zoek en er werd een iets groter gebouw gekocht,. Met vereende krachten wordt het oude gebouw gesloopt, en de nieuwe “zeegrot” zoals het welpen onderkomen heet, opgebouwd.In het nieuwe gebouw wordt ook een uitbouw met mooie leidingkamer voor de welpen, en een toilet gesitueerd.

De oude Kiek-Uut liep ook op z’n eind, na 5 motoren te hebben versleten, begint nu het casco en de opbouw slecht te worden. Dus gingen we op zoek naar een nieuwe sleepboot, onze huidige Kiek-Uut.Geschiedenis5

De schipper was altijd erg op het uniform. Vroeger liepen we in de winter met een lange broek en een zwarte tok, en in de zomer met korte broek en witte tok. En met aantreden moesten altijd zwarte schoenen en sokken aan. Later werden de zwarte tokken afgeschaft, we lopen nu altijd met een witte tok op. De korte broek hoeft ook niet eer, alleen met warm weer. In de hete zomers was er geen blauwe blouse, maar een wit t-shirt met blauwe randjes. De welpen moesten in deze tijd licht groene blouses gaan dragen. Omdat wij dat raar vonden, hebben we toen de zeewelpen uitgevonden. Sindsdien lopen de welpen er bij ons ook in het blauw bij met op hun tok netjes “zeewelp”. In 1997 stopte de scoutshop met het leveren van de schipperstruien die we tot dan droegen. Vanaf dat moment lieten we onze eigen sweaters bedrukken.

Geschiedenis6Helaas overleed op 6 juni 1994 op 64 jarige leeftijd, Charles Hendrikus van der Straten. Hij heeft heel wat Amersfoortse kinderen normen en waarden bijgebracht en een leuke en leerzame zeeverkennerstijd gegeven. Hij mocht helaas het 50 jarig bestaan niet meer meemaken. We proberen zijn idealen voort te zetten op de door hem opgezette wijze met het hoog houden van zijn tradities.  Hij begon in 1946 met 10 leden en nu… Nu bestaat de groep uit ruim 140 leden, hebben we 8 lelievletten, 9 kano’s, 4 juniorvletten, een sleper, een B2-sloep en een schouw.

 

In 1998 was het loodsen aantal zo gegroeid dat er een extra vlet bij moest komen. Er is toen een nieuwe vlet aangeschaft, de 1432 genaamd “de Kortenaer”.

Geschiedenis7Dit alles is bereikt en opgebouwd door zelfwerkzaamheid. In de eerste jaren van het bestaan van de groep gingen de verkenners de deuren langs met de verkoop van lepeltjes en koeken. Vele jaren hielden we donateurs acties. Door diverse giften van materiaal en geld van ouders, een zuinig beleid van de penningmeester, en acties zoals “jantje beton”, oud papier sparen en de grote clubactie kunnen de zeeverkenners en de zeewelpen een leuk spel bieden tegen een lage prijs, onze vloot ligt er keurig bij, we hebben mooie clubhuizen en degelijk materiaal.

 

 

 

In oktober 2015 worden we getroffen door een alles vernietigende brand.

20151004_173325_resized

 

Het loodsenclubhuis en aangrenzend magazijn gaan geheel in vlammen op. En de andere clubgebouwen branden aan. Er is weinig meer te redden. Doordat we al vele jaren met nieuwbouwplannen bezig waren en zelfs al een bouwvergunning hadden, konden we snel doorpakken. De (bouw)puntjes werden op de i gezet en op 28 december bracht het bestuur een toast uit op de komende bouw. Op 4 januari 2016 werd met de sloop begonnen en op 9 januari met was er van onze oude gebouwen niets meer over, alles was weg. De week daarna werd er met de bouw van het nieuwe pand gestart, met veel respect voor de teams, die elke week weer in een andere situatie moesten draaien. Eind april 2016 stond er een gebouw, maar nog met niets er in. In een jaar tijd is alles ingericht en opgebouwd, dankzij heel veel hulp van vrijwilligers, ouders en bedrijven. Hier zijn we heel dankbaar voor.

 

Op 10 juni 2017 hebben we een feestdag georganiseerd en ons pand officieel in gebruik genomen.

Met Gebouw 1dit nieuwe pand zijn we voor de komende 50 jaar voor de toekomst gereed.